Incassokosten

Bij de niet-nakoming van contracten komen vaak incassokosten kijken. Hierover is veel geschreven en er bestaan zelfs aparte regels omtrent debank-note-209104_1280hoogte van incassokosten. De hoogte daarvan is wettelijk vastgelegd in het Besluit Vergoeding voor Buitengerechtelijke Incassokosten.

Incassokosten zijn als volgt vastgelegd:

Factuurbedrag (zonder rente) Maximale incassokosten in percentages
Over de eerste € 2500* 15%
Over de volgende € 2500 10%
Over de volgende € 5000 5%
Over de volgende € 190.000 1%
Over het meerdere 0,5%

Stel: je koopt een bankstel € 3.500. De rekening is niet op tijd betaald. De incassokosten zijn: 15% over de 1e €2.500 (= € 375) en 10% over de volgende € 1.000 (€= 100). In totaal betaal je dus € 475.[1]
Art. 6:96 lid 5 BW bepaalt dat niet ten nadele van de consument van dit besluit kan worden afgeweken. Er moet wel altijd eerst een zogenaamde veertiendagenbrief verstuurd worden volgt uit art. 6:96 lid 6 BW. Hierin wordt vermeld dat binnen 14 dagen betaald moet worden, anders gaan er incassokosten in rekening gebracht worden. In de rechtspraak was er echter nog enige onduidelijkheid hierover. De kantonrechter van de rechtbank Gelderland heeft daarom naar aanleiding daarvan prejudiciële vragen gesteld aan de Hoge Raad. De vraag luidde:

“Dient art. 6:96 lid 6 BW aldus te worden uitgelegd dat na het verzenden van de daarin genoemde veertiendagenbrief vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten is verschuldigd, dus zonder dat de crediteur na het verzenden van die (veertiendagen)brief nog een nadere incassohandeling verricht?”[2]

Ook in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bestaat pas recht op vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten, als daadwerkelijk incassohandelingen zijn verricht Anders zou er immers ook geen vermogensschade zijn in de zin van art. 6:96 lid 1 BW. Volgens de Hoge Raad heeft de wetgever met dit besluit beoogd om een redelijkheidstoets in te bouwen, namelijk over de redelijke hoogte van incassokosten. Dit biedt duidelijkheid en rechtszekerheid aan beide partijen, namelijk de schuldeiser en schuldenaar.

Zijn eenmaal redelijke incassohandelingen verricht en heeft de schuldenaar de veertiendagenbrief ontvangen, dan moet binnen veertien dagen worden betaald om aan incassokosten te ontkomen. Die veertiendagenbrief is op zich al een incassohandeling en de schuldeiser hoeft niet nog nadere incassohandelingen te verrichten om aanspraak op vergoeding van de genormeerde incassokosten te kunnen maken, aldus de Hoge Raad:

Het antwoord van de Hoge Raad luidt dan ook als volgt:

“dat art. 6:96 lid 6 BW aldus moet worden uitgelegd dat, indien de schuldeiser in redelijkheid tot het verrichten van incassohandelingen is overgegaan en de daarin genoemde veertiendagenbrief aan de consument-schuldenaar heeft gestuurd, bij uitblijven van de betaling binnen de termijn van veertien dagen de in het Besluit genormeerde vergoeding voor buitengerechtelijke incassohandelingen door de consument-schuldenaar verschuldigd wordt, zonder dat de schuldeiser gehouden is daartoe nog nadere incassohandelingen te verrichten“.[3]

Koen van Middelaar, Juridisch medewerker Stichting Rechtswinkel Schiedam

 

 

[1] Rekenvoorbeeld van de rijksoverheid, zie:
http://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/schulden/vraag-en-antwoord/hoogte-incassokosten.html
[2] HR 04-04-2014 , JOR 2015/27, r.o. 1.1
[3] HR 04-04-2014 , JOR 2015/27, r.o. 4

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *